Logo Utrecht University

Lessenreeksen over middeleeuwse literatuur

Aan de docent

De tien lessen van ‘de zaak V.’?
Bekijk hier direct de inhoud en het materiaal van de tiendelige lessenreeks.

Wat is ‘de zaak V.’?
In de lessenserie ‘de zaak V.’ behandelen leerlingen de middeleeuwse literatuurgeschiedenis door middel van politie- en justitieonderzoek naar een misdrijf. Centraal staat de tragische afloop van De burggravin van Vergi, waarin de geheime liefdesrelatie van de burggravin en de ridder uit de hand loopt door inmenging van zowel de hertog als zijn vrouw. De burggravin sterft aan liefdesverdriet, de ridder pleegt zelfmoord en de hertog vermoordt zijn vrouw. Vol wroeging vertrekt de hertog op kruistocht. Met deze drie doden en een vermiste op de plaats delict begint ‘de zaak V.’: een cold case uit 1315.

Tijdens het onderzoek naar dit misdrijf kruipen de leerlingen in de rol van drie verschillende instanties: de politie (les 1 t/m 3), de pers (les 4) en justitie (les 5 t/m 10). Elke leerling houdt een eigen onderzoeksdossier bij met bewijsstukken en verdiepend materiaal. In dienst van de politie onderzoeken ze eerst het bronnenmateriaal, de plaats delict en de betrokkenen. Daarna rapporteren ze in dienst van de pers over het einde van het verhaal: wat is er precies gebeurd? Tot slot bewandelen de leerlingen het justitiële pad: ze verdiepen zich in de hoofse cultuur en bekijken literaire jurisprudentie uit de Middeleeuwen. Het sluitstuk van de reeks vormt de rechtszaak, waarin alle leerlingen een functie vervullen. De vier hoofdpersonen worden berecht en er wordt een oordeel geveld over de schuldkwestie.

Voor wie is ‘de zaak V.’ bedoeld?
‘De zaak V.’ is uitermate geschikt om de middeleeuwse literatuur in de bovenbouw van het vwo te behandelen. Het programma is tevens geschikt voor havo-leerlingen, al is middeleeuwse literatuur over het algemeen niet opgenomen in dit curriculum. De burggravin van Vergi staat als literaire tekst centraal, maar ook andere teksten uit deze periode worden behandeld en er is ruime aandacht voor de cultuur-historische context, waardoor de lessenreeks een volwaardige vervanging vormt van behandeling aan de hand van een lesmethode. De leerlingen hebben geen specifieke literair-historische voorkennis nodig.

Hoe werkt de opzet van ‘de zaak V.’?
‘De zaak V.’ bestaat uit tien lessen. In het overzicht is per les beschreven welke onderwerpen aan bod komen en welk materiaal hiervoor nodig is. De leerlingen werken iedere les met zogenaamde ‘dossierstukken’ (werkbladen). De leerlingen verzamelen individueel hun dossierstukken in een snelhechter, gezamenlijk vormen deze stukken het onderzoeksdossier van de zaak.

Hoe verhouden de individuele lessen zich tot het gehele onderzoek naar ‘de zaak V.’?
De leerlingen maken in les 1 een moderne vertaling van een afschrift van vijf regels Middelnederlandse tekst van De burggravin van Vergi. Tijdens les 2 zal deze moderne vertaling als basis dienen voor het schrijven van een feitelijk verslag van de misdaad.
           Na afloop: de leerlingen lezen thuis leesfragment 1 (LF1) en maken de bijbehorende leesvragen (LV).

De leerlingen hebben in les 1 een moderne vertaling gemaakt van een afschrift van vijf regels Middelnederlandse tekst. In les 2 worden deze regels nagekeken met behulp van een antwoordmodel. Ook in het verdere verloop van de les staan de fragmenten uit les 1 centraal: iedere leerling krijgt alle fragmenten tot zijn beschikking en maakt hiermee een feitelijk verslag van de misdaad.
Na afloop: de leerlingen lezen thuis LF2 en maken LV. De leesvraag gaat over de functies, posities en taken van de vier hoofdpersonen. De antwoorden op deze vragen zijn noodzakelijke achtergrondinformatie voor les 3.

Na de focus op de feitelijke gebeurtenissen in les 2, zullen de leerlingen zich tijdens les 3 richten op de daders en slachtoffers van ‘de zaak V.’. De functies, posities en taken van de vier betrokkenen hebben de leerlingen thuis uitgezocht. Tijdens les 3 zullen de leerlingen zich richten op de omschrijving van en de relatie tussen de vier betrokkenen, waarbij de thuis uitgezochte informatie belangrijk is om de relaties te kunnen duiden. Dit is de laatste les in dienst van de politie.
Na afloop: de leerlingen lezen thuis LF3 en maken LV. Ook ontvangen zij per mail de PowerPoint ‘nieuwsitems’. Iedere leerling bekijkt het aan hem of haar toegewezen item.

De vorige lessen stonden in het teken van politieonderzoek en vanaf les 5 zullen de lessen onder de vlag van justitie vallen. Tijdens les 4 wordt het onderzoek bekeken door de ogen van de media.
Iedere leerling heeft voorafgaand aan de les het aan hem of haar toegewezen item bekeken en kenmerken genoteerd. Dit is nodig, omdat de leerlingen tijdens deze les zelf een item gaan maken over de afloop van het verhaal binnen de kaders van het televisieformat. Voorafgaand aan deze les hebben de leerlingen het hele verhaal gelezen, waardoor ze voldoende op de hoogte zijn van het verloop van het verhaal om een item te maken. Het product dat voortkomt uit deze les leent zich goed voor een tussentijds cijfer of als verplicht handelingsdeel.
Na afloop: de leerlingen lezen thuis het toegewezen thema uit D5.1 ter voorbereiding op die les.

Het politieonderzoek en de inmenging van de media zijn achter de rug. De leerlingen verdiepen zich tijdens les 5 in de liefdesnormen van de tijd waarin ‘de zaak V.’. plaatsvond. Deze liefdesnormen spelen een rol bij het gedrag van de betrokkenen; de door de leerlingen geschreven liefdeswetten zijn hierop gebaseerd. Deze liefdeswetten komen van pas in de aanloop naar de rechtszaak.

Om in de rechtszaak tot een gefundeerd oordeel te komen, vergaren de leerlingen tijdens les 6 (middeleeuwse liefdeswetten) kennis van vergelijkbare zaken door middel van (literaire) jurisprudentie. De casussen die aan bod komen bevatten literaire teksten uit hetzelfde tijdsgewricht als de Vergi, waardoor ze inzicht geven in vergelijkbare thema’s. Tijdens de rechtszaak zijn deze casussen inzetbaar als argumentatie voor de verschillende partijen.

Gedurende de hele reeks bereiden de leerlingen zich inhoudelijk voor op de rechtszaak die zij tijdens les 10 zullen uitvoeren. Vanaf les 7wordt de rechtszaak concreet voorbereid, beginnend met het schrijven van een advocatenpleidooi. Niet iedere leerling zal daadwerkelijk een pleidooi houden tijdens de rechtszaak, maar het oefenen met argumentatie gebaseerd op kennis van tekst en context, is voor alle taken relevant. De kennis van de primaire tekst die de leerlingen de vorige lessen hebben opgedaan, komt hierbij goed van pas.
Extra: houd D7.1 achterwege wanneer je de leerlingen zelf wil laten nadenken over de opbouw van een pleidooi en ze geen schrijfplan wil meegeven.

Tijdens les 8 en les 9 worden de leerlingen klaargestoomd voor de rechtszaak tijdens les 10. Tijdens les 8 worden de rollen verdeeld en krijgen de leerlingen een beeld van wat iedere functie inhoudt. Ook is er voldoende mogelijkheid tot het stellen van vragen, zodat les 9 in zijn geheel besteed kan worden aan de inhoudelijke voorbereiding op de rechtszaak.

Tijdens les 9 zullen de leerlingen zich inhoudelijk voorbereiden op de rechtszaak die zij in les 10 uitvoeren. Kennis van de primaire tekst en kennis van de vele onderwerpen die tijdens de vorige lessen aan bod zijn gekomen, zijn hierbij zeer belangrijk. Leerlingen kunnen hun hele dossier gebruiken als bron van informatie, waarbij iedere les interessante aanknopingspunten voor de rechtszaak biedt.

Les 10 is het hoogtepunt van de lessenreeks: de leerlingen zullen al hun kennis van tekst en context tentoonspreiden tijdens de rechtszaak die zij in les 10 uitvoeren. Les 1 t/m 6 zijn zeer relevant als achtergrondinformatie, les 7 als voorbereiding op de pleidooien, les 8 en 9 als concrete voorbereiding op les 10. Tijdens les 10 kunnen de leerlingen tonen wat zij tijdens de hele reeks aan kennis hebben opgedaan, zowel op verhaalniveau als op het niveau van de cultuurhistorische context, en tevens hun spreekvaardigheid tonen. Ook dit onderdeel leent zich goed voor een cijfer of als verplicht handelingsdeel.

Kan ik ‘de zaak V.’ presenteren in een digitale leeromgeving?
Deze website is in eerste instantie bedoeld voor de docent en  niet als omgeving waarin de leerlingen de lessenreeks kunnen uitvoeren. De site bevat niet alleen lesmateriaal, maar ook per les een docentenhandleiding en voorbeelduitwerkingen van de opdrachten.
De les aanbieden in een digitale leeromgeving kan door zelf het benodigde lesmateriaal toegankelijk te maken in een digitale leeromgeving zoals Magister of Teletop. Dit dient dan per les online gezet te worden, zodat de leerlingen verrast en geprikkeld blijven.  Door een online omgeving hoeven de dossierstukken niet uitgeprint te worden, maar werken de leerlingen tijdens de les op pc’s, laptops of tablets. Het is dan wel noodzakelijk dat de leerlingen tijdens alle lessen gebruik kunnen maken van de digitale leeromgeving. De dossierstukken waarin de leerlingen zelf schrijven, zijn als Worddocument beschikbaar gesteld.

 

Zou er gekozen kunnen worden voor een korter traject?

  • Optie 1, traject van 9 lessen, zonder pers:
    De leerlingen maken kennis met politie en justitie, maar slaan het traject van de pers over (les 4). Zij voltooien dan les 1 t/m 3 en 5 t/m 10.
  • Optie 2, traject van 7 lessen met rechtszaak:
    De leerlingen slaan het politieonderzoek over en starten met de afloop van het verhaal in les 4. Zij dienen voorafgaand aan de lessen de primaire tekst gelezen te hebben. Zij voltooien les 4 t/m 10. 
  • Optie 3, traject van 6 lessen met rechtszaak:
    De leerlingen slaan het politieonderzoek en de pers over, starten bij het justitieonderzoek en voeren de rechtszaak uit. Zij dienen voorafgaand aan de lessen de primaire tekst gelezen te hebben. Zij voltooien les 5 t/m 10.
  • Optie 4, traject van 7 lessen zonder rechtszaak:
    De leerlingen voltooien hun dossier, maar voeren de rechtszaak niet daadwerkelijk uit. Zij voltooien les 1 t/m 7.
  • Optie 5, traject van 6 lessen zonder rechtszaak:
    De leerlingen voltooien hun dossier, maar voeren de rechtszaak niet daadwerkelijk uit en slaan het persgedeelte over. Zij voltooien les 1 t/m 3 en 5 t/m 7.

Kan ik deze lessenreeks op een verdiepende manier aanbieden?
Hoewel de lessenreeks voor de bovenbouw van met name het vwo is ontwikkeld, kan deze ook gebruikt worden voor het onderwijs aan (hoog)begaafde, zelfstandig werkende leerlingen. Deze leerlingen dienen dan de ruimte krijgen om vanuit een onderzoeksgerichte houding autonoom en conceptueel te denken. Dit vereist een andere presentatie van het beschikbare materiaal. Om het lesmateriaal uit deze reeks goed te laten aansluiten bij de behoefte en de capaciteiten van deze leerlingen, is het belangrijk de volgende aandachtspunten in acht nemen (Kloosterman & Boot, 2013):

1. De leerlingen uitdagen om autonoom te denken           
De opdrachten worden geformuleerd als een probleem, waarbij de leerlingen zelfstandig de stappen tot de oplossing uitdenken. De kant-en-klare invulschema’s of schrijfmodellen worden niet gebruikt, omdat deze denkstappen uit de leerlingen zelf komen. Een probleemstelling als voorbeeld is: de betrokkenen bij ‘de zaak V.’ moeten in een moderne rechtszaak terecht gesteld worden – wat is hiervoor nodig?

2. Een onderzoekende invalshoek stimuleren
Door de leerlingen zelf te laten nadenken over hoe ze het probleem gaan oplossen, worden ze in staat gesteld een onderzoekende houding aan te nemen. De leerlingen denken zelf na over vervolgstappen, de benodigde informatie en geschikte bronnen.

3. Opdrachten open en omvangrijk formuleren
Bij een open en omvangrijke taakomschrijving wordt het cognitief vermogen van de leerlingen aangesproken. ‘Open’ houdt in dat er geen eenduidig antwoord mogelijk is en dat de leerlingen vrij zijn in hoe zij te werk willen gaan. ‘Omvangrijk’ maakt complexiteit mogelijk en biedt daarmee de mogelijkheid om onderzoeksstappen te kunnen zetten die leiden tot een eindproduct.

4. Aandacht besteden aan reflectie
Reflectie op de taakuitvoering stimuleert de bewustwording van het eigen werk- en leerproces. Laat de leerlingen benoemen hoe ze problemen hebben opgelost en vragen te stellen als: wat weet ik nu meer, wat snap ik nu beter, wat kan ik nu handiger en op welke manier heb ik die kennis, inzicht en vaardigheden verworven? De ervaring die ze hiermee opdoen, kunnen ze bij een volgende taak weer inzetten.

De taak van de docent is vooral begeleidend: je bent op de hoogte van de stappen die gezet dienen te worden, maar laat de leerlingen vrij in hun onderzoekende houding. Je stimuleert de leerlingen om na te denken over de aanpak van problemen binnen de leerstof, zonder het werkproces precies in te richten en klant-en-klaar materiaal beschikbaar te stellen.